Mag ik meedoen?
Op maandag 3 november las ik een artikel in de Volkskrant over de genocide in Sudan die 20 jaar geleden begon. Onderzoeker Nathaniel Raymond vertelt dat de zwarte bevolking van de stad El Fasher in Sudan in een razend tempo wordt vermoord. Het Westen grijpt volgens hem bewust niet in. Het artikel maakt duidelijk dat het Westen belang heeft bij het niet ingrijpen.
De moorden worden gepleegd door de paramilitaire organisatie Rapid Support Forces (RSF), die wordt gesteund door de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). De VAE willen het goud dat in Darfur onder de grond ligt, omdat dit gebied rijk is aan grondstoffen. Het Westen ziet de VAE als bondgenoot vanwege de strategische ligging en economische belangen. In het artikel las ik dat de snelheid van de moorden vergelijkbaar is met die van de genocide in Rwanda (waar in 100 dagen 800.000 tot 1 miljoen mensen werden vermoord). In slechts vijf dagen zijn er evenveel doden gevallen als in Gaza in twee jaar (65.000 doden).
Maar waarom gebeurt dit? Naast de belangen in grondstoffen, wordt in het artikel ook genoemd dat de RSF mensen doodt omdat het “zwarte mensen” zijn. De RSF bestaat namelijk uit Arabieren. Wat hier gebeurt, brengt me terug naar de geschiedenis van de VOC en de genocide op de Banda-eilanden, de strijd om de nootmuskaat. Het draait, zoals zo vaak, om macht en dominantie over gebieden die rijk zijn aan grondstoffen. Om dat te bereiken, worden systemen bedacht om de ander niet als gelijken te zien. Met andere woorden: machthebbers bepalen wie mee mag doen en wie niet.
Het Westen heeft de macht om het geweld in Soedan te stoppen. Om dat te doen, moeten we afscheid nemen van koloniale denkwijzen over dominantie en eigen belang gaat voor.
We zagen dat nog enkele dagen geleden in Nederland bij de recente verkiezingen, vooral bij de populistische rechtse partijen. Over de hele wereld zien we dat onze menselijke waarden — zorgen voor elkaar en aandacht voor de ander — langzaam bij de machthebbers op de achtergrond verdwijnen. We moeten deze waarden weer centraal stellen.
We kunnen dit doen door in gesprek te gaan en te reflecteren op de drie narratieven waarmee wij allemaal in Nederland te maken hebben: de Tweede Wereldoorlog, het slavernijverleden en het kolonialisme. Dit zijn pijnlijke geschiedenissen die de toekomst kunnen beïnvloeden en ons kunnen bevrijden van uitsluiting en verdeeldheid.
Dat vergt wel het lef om je in te leven in ieders pijn. Bij het doorvoeren van veranderingen moeten we inclusie centraal stellen, waarbij we ook de perspectieven horen van mensen van kleur, de LGBTQIA+-gemeenschap en anderen die soms worden uitgesloten.
Laten we nu onze blik richten op de genocides die steeds weer voorkomen. We moeten deze stoppen en niet wachten op de volgende. De menselijkheid moet meedoen bij het herstellen van onze samenleving. Het is een uitdaging die offers vraagt.
Charles Goudsmit
